OVER HET DODEN VAN MENSEN
De laatste jaren komen er steeds minder oud-leerlingen. Ze studeren in het buitenland of hebben het druk, zoals dat tegenwoordig heet. De oorlog heeft het er niet beter op gemaakt. Jongens die bij me in de klas zaten, hebben successen geboekt bij Cherson, zijn verdreven uit Bachmoet of liggen al maanden in modderige loopgraven en een verjaardagbezoek bij hun vroegere geschiedenisleraar is wel hun laatste zorg. Verder zijn ze massaal uitgeweken naar het buitenland. Zo is het steeds rustiger geworden, om niet te zeggen stil.
Dit jaar vier ik mijn bescheiden feestje op een zaterdag. Veel reden tot vrolijkheid is er niet. Het gaat niet goed aan het front en onze stad wordt regelmatig gebombardeerd. Meestal ’s nachts, maar afgelopen week heeft het luchtalarm ook overdag geklonken. Met alle leerlingen hebben we urenlang in de schuilkelder onder school gezeten.
Ik zou graag zeggen dat we de moed erin hebben gehouden door samen te zingen. Dat zou iets plechtigs en hoopvols hebben gehad. Iets diep-menselijks, een onvergetelijke herinnering die iemand een leven lang kracht zou kunnen geven.
In werkelijkheid leek het luchtalarm een niet onwelkome onderbreking van de lessen te zijn, die de scholieren de mogelijkheid bood om hun ‘socials te checken’, zoals ze het noemden. Die mogelijkheid was overigens heel beperkt door het slechte bereik. Met een beetje geluk konden degenen die vlak bij de deur zaten wat tekstberichtjes ontvangen.
We zitten met een wat mistroostig groepje om de tafel in mijn woonkamer. Mijn nicht, die van de andere kant van de stad is gekomen, benadrukt om de tien minuten dat ze hiermee haar leven op het spel heeft gezet.
‘En dan heb ik het nog niet over de terugweg,’ voegt ze er steeds aan toe. ‘Als je tegenwoordig de deur uitgaat, weet je niet of je weer levend thuiskomt.’
Verder zijn er nog wat vroegere collega’s die met pensioen zijn en waarschijnlijk niets beter te doen hebben. Over een paar jaar is dat ook mijn lot. De nieuwe docente geschiedenis, Oksana, is rond de dertig en neemt nauwelijks deel aan het gesprek. Af en toe kijkt ze op haar telefoon. Ze kent de paar oud-leerlingen die er zijn niet en staat buiten de gezamenlijke herinneringen die worden opgehaald. Ik heb veel tijd besteed om haar wegwijs te maken op school en ze voelde zich vast verplicht te komen toen ik haar uitgenodigde. De buurvrouw is, sinds mijn vrouw is overleden, elk jaar zo vriendelijk om een taart te bakken. Erg geslaagd is het resultaat deze keer niet; er zijn maar een paar stukken vanaf gesneden. Zelf heb ik wat dingen uit de winkel gehaald en ik heb wijn uit Odessa op tafel gezet, maar ook die brengt de stemming er niet echt in. Hij doet ons denken aan de onbereikbaarheid van de Krimwijnen.
Tegen het einde van de middag wordt dat anders; Andrii, Roman en Vadim komen luidruchtig binnenvallen.
‘Hoelang zijn jullie al van school af?’ vraag ik. Dat vraag ik elk jaar, maar het valt niet bij te houden; ik heb in de loop van de tijd duizenden leerlingen voorbij zien komen.
‘Zes jaar,’ antwoordt Vadim met volle mond. De taart van de buurvrouw begint eindelijk op te raken.
Zes jaar! Dan zijn ze nu vierentwintig. Tien jaar geleden heb ik ze in de tweede klas gekregen. Andrii heb ik weleens strafwerk gegeven, herinner ik me. Dat compenseert hij door zichzelf een tweede glas wijn in te schenken. Niet erg beleefd, maar het maakt de stemming wat ongedwongener en ik ben er blij mee.
Ik vraag wat ze tegenwoordig doen. Andrii doet ‘iets met programmeren’, Roman ook. Vadim meldt dat hij volgende week naar het front vertrekt.
Niemand zegt iets. Door het open raam dringt verkeersgeluid binnen.
‘We kunnen je alleen maar het beste wensen,’ zegt Oksana uiteindelijk.
‘Je bent nergens veilig,’ vindt mijn nicht. ‘Toen ik hier naartoe kwam, had ik ook wel door een raket kunnen worden geraakt. Hoe het op de terugweg gaat, weten we nog niet. Of ik weer thuiskom, daar denk ik maar niet over na. Zo gaat het tegenwoordig.’
‘U heeft ons over zo veel oorlogen verteld,’ zegt Vadim tegen mij, ‘en nu ga ik zelf. Ik kan het nog steeds niet bevatten.’
Bij het geschiedenisonderwijs kun je inderdaad, helaas, niet om oorlog heen. Daarbij leg ik nooit de nadruk op jaartallen en de exacte locaties van veldslagen. Interessanter zijn vragen over een mogelijk ander verloop van de geschiedenis. Hoe zouden we er nu voor staan als Napoleon al zijn oorlogen had gewonnen? Slechter kan het niet, zou je zeggen.
Vraagstukken over de rechtvaardigheid van oorlog vind ik ook boeiend. We nemen bijvoorbeeld de zienswijzen van kerkvader Augustinus over dit onderwerp door. Het recht op zelfverdediging. Maatstaven over wat is toegestaan tijdens de strijd. Het klinkt allemaal redelijk – in theorie.
Aan het begin van elk examenjaar werp ik de vraag op of het gerechtvaardigd kan zijn een medemens te doden. De scholieren vinden – gelukkig – bijna altijd van niet. Om ze te leren nadenken beschrijf ik jaar na jaar de volgende situatie: de commandant van vernietigingskamp Treblinka heeft persoonlijk nooit een gevangene gedood of zelfs maar geslagen. Zijn Joodse assistent heeft wel iemand doodgeschoten, namelijk zijn eigen vader. De vraag wie er straf verdient, veroorzaakt verwarring. Uiteindelijk is er altijd een leerling die vraagt waarom die assistent zijn vader heeft doodgeschoten. Informeren naar de context, heel goed. Die komt er wel.
Hoe vaak ik het verhaal ook heb verteld – of misschien juist daardoor – ik raak altijd weer ontroerd als ik de situatie omschrijf: als er een trein aankomt in Treblinka, is er veel te doen. De gedeporteerden worden geselecteerd. Brieven die in de trein zijn geschreven en daar achtergelaten laten zien dat sommigen dachten dat het om een vrij gewone plaats ging, waar in fabrieken hard gewerkt zou moeten worden, maar waar viel te overleven. De schoorstenen wezen op industriële activiteit... Een kalmerend decor dat niet op een gruwelijke dood die binnen een paar uur zal komen, wijst. Zo wordt onrust onder de gedeporteerden voorkomen. Niet uit mededogen, maar omwille van de efficiëntie: doodsbange mensen zouden eerder in opstand komen en dit zou meer bewakers en militairen vereisen en die zijn onmisbaar aan het front.
Een man is voorlopig aan de dood ontsnapt, omdat hij door de nazi’s is geselecteerd om in het kamp te werken. Tot zijn schrik ontdekt hij op een dag zijn vader onder de gedeporteerde Joden die wankelend uit de trein stappen. De man gaat naar de kampcommandant, Franz Stangl, maar die zegt helaas niets te kunnen doen. De procedures moeten worden gevolgd, uitzonderingen kunnen niet worden gemaakt. Het kan niet zo zijn dat de een wordt gedood en dat de ander overleeft, alleen maar omdat zijn zoon zo prettig samenwerkt met Stangl.
De kampcommandant is echter geen onmens en geeft zelfs blijk van groot vertrouwen: hij overhandigt zijn assistent een revolver. Deze zoekt zijn vader op en neemt hem uit een barak mee naar buiten. Ze gaan op een hekje zitten, in de zon. De zoon vertelt dat ze het hier heel goed hebben. De vader is gerustgesteld. De zoon heeft intussen ongemerkt de revolver achter het hoofd van zijn vader gemanoeuvreerd en haalt de trekker over.
De oude man heeft nooit geweten dat hij in een vernietigingskamp was beland en de gaskamer is hem bespaard gebleven.
De kampcommandant wist na de oorlog naar Zuid-Amerika te ontsnappen, werd opgespoord en berecht en overleed in 1971 in de gevangenis. Hij had een jaar van zijn levenslange straf uitgezeten.
Over het doden van mensen valt, met andere woorden, veel te zeggen. Het is alleen niet de tijd noch de plaats om dat te doen. Ik schenk nog een rondje wijn in, de taart gaat alsnog op en we zingen het lied ‘De hoge wilg’.
Ik heb een paar interessante boeken gekregen waarmee ik tijdens de weken na mijn verjaardag de avonden doorbreng, voor zover het luchtalarm dat toelaat. Af en toe belt mijn nicht om te vertellen dat ze haar leven heeft gewaagd voor een paar boodschappen.
Ik denk dan ook dat zij het is als ik op school word gebeld. Na de lessen zit ik met een stapel correctiewerk achter mijn bureau. Het is een mooie voorjaarsdag en het zonlicht geeft zelfs aan het oranje linoleum dat op de vloer van onze Oekraïense scholen ligt, een vleugje schoonheid.
Nog altijd ben ik niet helemaal gewend aan mobiele telefoons, het duurt dan ook even voordat ik doorheb dat iemand contact wil en ik het gesprek aanneem.
‘Met Vadim.’
Vadim? Er verschijnt geen gezicht voor mijn ogen.
‘Ik was laatst nog op uw verjaardag.’
Dit is pijnlijk; hij vecht ook voor mij aan het front en ik wist niet meteen wie hij is.
‘Hoe is het, jongen?’ vraag ik. ‘Je leeft in elk geval nog.’
‘Ik wel. Maar een paar dagen geleden heb ik een Rus doodgeschoten.’ Hij praat heel zacht en haperend, de woorden komen er langzaam uit.
Wat moet ik hierop zeggen?
‘Dat gebeurt in een oorlog.’
‘Natuurlijk, dat was ook al eerder gebeurd. Maar dan waren het Russen die ver weg waren, je kon hun gezicht niet zien. En je wist niet wie van ons ze had doodgeschoten.’
Er volgt een verslag waarvoor ik me zo veel mogelijk afsluit, terwijl ik geluidjes maak die op intensief luisteren moeten wijzen. Ik wil de beelden van twee jonge mannen die in een aan flarden geschoten bos op elkaar stuiten, niet toelaten. Ze kijken elkaar in de ogen, zo klein is de afstand. Een is net even wat sneller dan de ander.
‘Meneer,’ zegt Vadim, ‘ik heb de telefoon van die jongen. Ik kan al zijn berichten lezen. Hij was net getrouwd. Er komen steeds berichtjes van zijn vrouw binnen; ze vraagt of alles goed is met hem. Zal ik haar bellen om uit te leggen wat er is gebeurd?’
‘Dat is een menselijk gebaar,’ zei ik. ‘Dan heeft ze tenminste duidelijkheid.’
Mijn correctiewerk laat ik onafgemaakt liggen. Het is allemaal zinloos. Ik sluit het raam en loop het lokaal uit, de trap af, naar buiten. Via het smalle tegelpad steek ik het verdroogde grasveld over. In de schaduw van de bomen loop ik langs de drukke weg naar de bushalte. Ineens loeien de sirenes van het luchtalarm. Ik ga niet terug om me in de schuilkelder onder de school te verbergen. Als je ’s morgens de deur uitgaat, weet je niet of je weer thuis komt. Zo gaat het tegenwoordig.
--------------------------------------------------------------
Een compleet boek van dezelfde auteur lezen?
https://www.bol.com/nl/nl/p/fataal-fruitmoment/9300000121360239/?bltgh=usTnohV0JYpvp0IWRkFCfg.2_6.7.ProductTitle ---------- | |