Hjalmar Visser
Verhalen uit het onderwijs

Fraude

Het is net vier uur geweest, maar er is al bijna geen daglicht meer te zien. Uit de laaghangende wolken gutst de regen op het schoolplein, waar de fietsenrekken leeg zijn. Een paar leerlingen klieren daar nog steeds rond. Zo te zien hebben ze geen last van het weer; ze doen niet eens hun capuchon op.    
   Ze bekijkt het vanachter het raam van haar kantoor. Was ze ook zo op die leeftijd? Nu kan ze zich niet voorstellen dat je zo graag met anderen wilt blijven praten dat je de regen vergeet. Integendeel – ze zou het liefst niemand meer zien of spreken, naar huis gaan en zich onder een dekentje verstoppen op de bank.
   Dat zit er vandaag niet in; ze heeft nog een afspraak staan. Een fraudegeval bij Nederlands. Niet zo handig dat Sanne een schrijfopdracht thuis heeft laten maken, dat vraagt om problemen. Een beginnersfout. Er is altijd wat bij dat vak.          
   Ze keert zich van het raam af, gaat achter haar kunststof, grijze bureau zitten en kijkt op het computerscherm. Sinds de laatste keer dat ze naar haar inbox keek, zijn er alweer vijf mails bij gekomen. Is ze hiervoor teamleider geworden? Ze had iets willen betekenen voor de school, voor de leerlingen, voor het onderwijs. In plaats daarvan is ze voornamelijk brandjes aan het blussen. Vaak onzinnige brandjes.
   ‘hallo,’ begint de eerste mail die ze opent. ‘mijn dochter heeft morgen het eerste uur weer eens uitval ivm de regen moet ik haar brengen hoe laat begint het tweede? grt, eva.’
   Hierop antwoorden of niet? Ze stuurt ten slotte een link naar het lesrooster dat op de website van de school staat, zonder er verder iets bij te schrijven. Eva houdt haar mail blijkbaar scherp in de gaten, want het antwoord komt al na een minuut: ‘wat moet ik hiermee?’
   Ze zucht en vraagt zich af of ze hier nog verder op moet ingaan. Op dat moment komt Sanne binnen.
   ‘Hoi, Marlies. Ben ik te laat?’ vraagt ze.
    ‘Nee hoor,  Michel komt zo ook nog.’
   ‘O?’
    ‘Nou ja, fraude is niet niets,’ zegt Marlies. ‘Ik vind wel dat de mentor erbij moet zijn.’
     ‘Ja, eigenlijk wel,’ beaamt Sanne.
      ‘Heb je dat opstel waar het om gaat bij je? Dan kan ik vast even kijken.’
      Sanne geeft haar het blad papier.
      ‘Dat ze het thuis mochten doen, maakte het wel heel makkelijk om te frauderen,’ zucht Marlies. ‘Dat is de kat op het spek binden.’
      ‘Ik zat in tijdnood, omdat die extra burgerschapslessen er ineens tussendoor moesten,’ verdedigt Sanne haar aanpak. ‘Anders had ik het natuurlijk in de klas laten maken.’
      Ze wordt er een beetje rood van, ziet Marlies. Hoe oud zou ze zijn? Vier- of vijfentwintig? Jong genoeg om je onzeker te voelen bij een teamleider die je moeder zou kunnen zijn.
     Michel komt het kantoor in. Zoals altijd draagt hij een joggingbroek, wat zelfs voor een gymleraar niet ideaal is bij oudergesprekken. Ze twijfelt of ze er iets van moet zeggen, maar Michel is altijd haar steun en toeverlaat in vergaderingen. Zonder hem was haar proefwerkbeleid nooit aangenomen. Misschien maar zo laten dus.
    Ze gaan alvast om de ronde vergadertafel zitten.
    ‘Wat is die Jesse eigenlijk voor een jongen?’ wil ze weten.
    ‘Meestal wel serieus,’ vertelt Michel. ‘Dit is eigenlijk helemaal niks voor hem. Hij komt wel uit een beetje apart gezin.’
     ‘Hoe zo?’
     ‘Soort van zelfvoorzienend, geloof ik. Hij heeft wel eens verteld dat ze uren in de keuken staan.’
     ‘De keuken?’ herhaalt Sanne verbaasd. ‘Je kunt toch bestellen?’
     ‘Ze halen ook zelf hun eten bij een boerderij,’ voegt Michel er nog aan toe.
      ‘O, van die types,’ concludeert Marlies.

Jesse en zijn vader komen binnen. De drie collega’s staan op om handen te geven. Druipende jassen worden over een stoel gehangen. Terwijl iedereen nog staat, laat de jongen laat zich al op een stoel ploffen. Onderuitgezakt kijkt hij voor zich uit.
   In de paar jaar dat ze zelf heeft lesgegeven – eerlijk gezegd niet al te succesvol – heeft ze een bloedhekel gekregen aan die jongetjes uit de tweede klas. Elkaar onder tafel trappen. Spullen afpakken en verstoppen. Pennen uit elkaar draaien. Nou ja, die worden nu niet meer gebruikt. De digitalisering heeft veel opgelost.
    ‘Heel fijn dat u zo snel kon komen, zegt ze tegen de vader. ‘We wilden dit oprecht met u bespreken. Vandaar dat niet alleen de docent en de mentor er zijn, maar ik ook.’
    ‘Wel veel mensen,’ vindt de man, terwijl hij een stoel onder de tafel vandaan trekt en gaat zitten.
   Ze negeert de opmerking en vraagt aan Jesse wat hij ervan vindt dat vier volwassenen tijd moeten besteden aan zijn opstel.
   ‘Beetje van de afdeling overdreven,’ mompelt hij.
   Haar handen jeuken. Helaas kan ze daar niets mee. Om zichzelf weer onder controle te krijgen, haalt ze diep adem en wacht ze even.
   ‘Jesse,’ zegt ze dan, ‘mevrouw Den Hartog vertrouwde jullie en heeft het opstel thuis laten maken.’
   Ze ziet Sanne bevestigend knikken.
   ‘Begrijp je dat het heel teleurstellend voor haar en ook voor je mentor is dat je dit gedaan hebt?’ vraagt ze.
    Jesse haalt zijn schouders op en strijkt met een hand over zijn natte, rode haar. Ook hij heeft zijn capuchon niet gebruikt.
   Sanne legt het opstel op tafel en zegt dat het bij de keuze van het onderwerp eigenlijk al mis is gegaan. Het bij het thema ‘Mijn droomvakantie’ over een boerderij in de bergen hebben is een beetje raar, toch?
   ‘Waarom heb je niet wat gewoners gekozen, zoals Dubai of Bali?’
   ‘Ik ben wel eens in Dubai geweest en het was kankersaai,’ antwoordt Jesse.
   ‘Zo praten we hier niet!’ waarschuwt Marlies.
   De jongen haalt weer zijn schouders op. Ze wil hem zo graag in die vervelende pubersmoel van hem meppen dat ze er draaierig van wordt. Waarom zegt Michel niets? Hij wordt toch betaald voor zijn mentoraat?
 ‘Het probleem is,’ gaat Sanne verder, ‘dat AI heel weinig weet van boerderijen in de bergen. Daarom moest je dingen gaan verzinnen.’
   ‘Ja, maar het moest toch over een droomvakantie gaan?’ werpt Jesse tegen.
   ‘Het moet wel binnen de perken blijven,’ legt zijn lerares Nederlands uit. ‘Je kunt toch ook geen vakantie beschrijven waarin je rovend en plunderend rondreist?’
   Opnieuw haalt hij zijn schouders op.
   Als het goed geschreven is…’ bromt hij.
   Zijn vader valt hem bij: ‘Daar gaat het toch om?|
   Sanne frummelt met haar handen aan haar trui en schuift op haar stoel heen en weer.
   ‘Het is natuurlijk heel fijn als het goed is geschreven, maar het moet wel binnen de normen blijven,’ antwoordt ze. ‘Daar wordt met het eindexamen ook heel erg op gelet.’
   ‘Maar hij zit pas in de tweede,’ werpt de vader tegen. ‘Dat duurt nog…’
   ‘Het is goed om nu al volgens die normen te leren werken,’ onderbreekt Marlies hem.
   Ze knikt naar Sanne als teken dat ze verder moet gaan, anders gaat dit uren duren.
   ‘En dan nog iets,’ gaat Sanne verder. ‘Je bent met pen en papier gaan werken in plaats vanuit je AI-account zoals we altijd doen bij schrijfopdrachten. En daardoor heb je allemaal dingen opgeschreven die echt te ver gaan.’
   Ze pakt het papier en op kijkt de tekst door.
   ‘Ik noem een paar voorbeelden,’ zegt ze. ‘Rauwe melk gedronken op de boerderij. Als je dat gewoon op de computer had geschreven, was er meteen een waarschuwing gekomen. Want zulke melk is gevaarlijk voor je gezondheid, dus kun je het er beter niet over hebben. En dan laat je in je verhaal de opa van de boer een pijp roken! Daaraan ga je dood!’
   ‘Ja, maar toen ik in Oostenrijk was, heb ik die man zelf gezien,’ verdedigt Jesse zijn verhaal. ‘En hij leeft nog steeds.’ 
   ‘Jesse!’ zegt Marlies met stemverheffing. ‘Luister gewoon naar wat mevrouw Den Hartog zegt. Dit is geen discussierondje; we zeggen wat wel en niet kan.’
‘En je laat de kinderen in dat bergdorp heel rare dingen doen,’ pakt Sanne de draad weer op. ‘Allerlei spelletjes met elkaar. Buiten! Verstoppertje! Tikkertje! Waarom gamen ze niet gewoon? Dat doet iedereen toch?’
‘Toen we daar vorig jaar op vakantie waren, heeft hij dat zelf meegemaakt en met die kinderen meegedaan,’ legt de vader uit.
    Dat is te merken, denkt Marlies. Hardop zegt ze: ‘Hoe dan ook, dit was allemaal niet gebeurd, en we hadden hier niet hoeven zitten, als Jesse op de normale manier had gewerkt.’
   ‘Maar de wifi lag eruit,’ antwoordt Jesse. ‘Ik kon helemaal niet met m’n AI werken.’
   Sanne zegt dat hij best weet dat hij in zo’n geval contact met haar moet opnemen en dat hij het dan een dag later kan inleveren. Het is geen excuus voor dat geklieder met een pen.
   ‘En je bent ook nog eens een tekening gaan maken!’ voegt ze eraan toe.
   Ja, maar u had gezegd dat er een plaatje bij moest.’
   ‘Gewoon gegenereerd door je account. Dan krijg je een afbeelding ongeveer zoals iedereen. En die precies bij je verhaal past. Als je het zelf tekent, dan moet ik gaan beoordelen of het past. Stel je voor dat ik dat voor de hele klas moet gaan doen.’
   Marlies vraagt met gefronst voorhoofd: ‘Wil je soms anders dan de anderen zijn, Jesse? Vind je jezelf misschien beter?’
   Hij haalt zijn schouders weer op. Zo komen ze niet verder, ze heeft er genoeg van.
De één die mevrouw Den Hartog je heeft gegeven, blijft staan,’ zegt ze. ‘Je zult dus heel hard moeten werken om weer voldoende komen te staan. En dan wel volgens de regels.’

Jesse en zijn vader zijn weer vertrokken, de donkere namiddag en de regen in. Ze praten nog even met hun drieën na. Marlies masseert met haar vingers stevig haar slapen om de spanning te verminderen en zegt: ‘Als dat joch weer de fout in gaat, wordt het een gevalletje voor de Inspectie.’
   ‘Of voor Jeugdzorg?’ oppert Sanne.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------
Meer van deze schrijver lezen? Klik: https://www.bol.com/nl/nl/p/fataal-fruitmoment/9300000121360239/?bltgh=jM-AFIAvyADVJmTTxyBIyg.2_6.7.ProductImage